Energetische reis naar de Bron van de Rijn

Met Daniël van der Wal reisde ik naar Zwitserland om daar de bron van de Rijn te ontdekken. Na prachtige wandelingen langs de Vorderrhein, verrassende menhirs, mooie kerkjes en de mysterieuze bergen van Sardona, gingen we verder langs de Hinterrhein. Eerst bezochten we de nauwe Viamala-kloof en enkele bijzondere kerkjes. Daarna begon het hoogtepunt van de reis: twee dagen lopen en overnachten in een alpenhut. Helemaal afgesloten van de bewoonde wereld, door ruige, indrukwekkende natuur met exotische bloemen, kwamen we bij de bron van de ons zo bekende Rijn. Een bijzondere ervaring!
Vorderrhein en Hinterrhein
Er zijn natuurlijk vele bronnen die uiteindelijk in de Rijn stromen, maar als je bij elke samenvloeiing de Rijnstroom met het meeste volume volgt, kom je uiteindelijk bij de Hinterrhein. Die vloeit bij Reichenau samen met de Vorderrhein en gaat vanaf dat punt verder als de Alpenrhein.
Reichenau
We vertrekken ’s ochtends vroeg vanuit Nederland en komen, na een soepele reis, aan het eind van de middag bij Reichenau aan. Daar gaan we als eerste kennismaking naar de plek waar de Vorderrhein en de Hinterrhein samenkomen. Energetisch voelt het alsof twee wezens van elkaar wisten en vanaf hier verenigd worden en enthousiast samen verder stromen. Een mooi begin van onze reis, waarin we eerst de omgeving van de Vorderrhein bezoeken en daarna naar de bron van de Hinterrhein gaan.

Vanuit Reichenau is het nog een klein stukje naar de camping in Flims, onze basis voor de komende dagen.
Langs de Vorderrhein
Caumasee
Vanuit de camping lopen we langs de supermarkt en dan het bos in. Al snel komen we bij de Caumasee, met zijn heldere turquoise-blauwe water. Omdat het door ondergrondse bronnen wordt gevoed, is het relatief warm voor een bergmeer (20 graden). Een groot deel is echter afgezet en alleen betaald toegankelijk. Waar het hek ophoudt lopen we naar beneden en nemen een verfrissende duik in het heerlijke water.

Wanneer we verder lopen, zoeken we een bijzonder paadje dat langs de Connbächli loopt. Dit is een beekje door het bos, met een pad erlangs, dat vroeger het vee in Conn van water voorzag. Aan het eind van het pad komen we bij verschillende uitkijkpunten, waar we in het dal van de Vorderrhein kunnen kijken. Het mooiste uitzicht krijgen we echter bij het uitkijkplatform Il Spir.
Als een vogel zweef je daar boven de Vorderrhein, die onder in het dal meandert.
De Vorderrhein vanuit uitkijkplatform Il Spir (kijk handmatig rond in de panoramafoto!)
Daniël vertelde me over het verschil in karakter tussen de Vorderrhein en de Hinterrhein. De Vorderrhein wordt wel de vrouwelijke variant genoemd en de Hinterrhein de mannelijke variant, vanwege de kloof waar het water met kracht doorheen stroomt. De Vorderrhein is open, breed, licht en ruim, terwijl de Hinterrhein donker, diep en smal is. Ik stem me af op de energie van het dal onder ons en ervaar dat de mannelijke vormen hier een ruimte, een bedding, creëren voor de vrouwelijke energie.
Sprookjesbos
Vanaf het uitkijkplatform dalen we af door het bos naar de rivier. We zoeken naar de juiste paden om in het bos Ransun te komen, dat bekend staat als sprookjesbos. Het bos ziet er inderdaad sprookjesachtig uit met onder de bomen een volledig groen tapijt van gras en mos. Er zouden eeuwen oude taxus bomen staan, maar die vinden we niet. Daniël stelt voor een mini vision quest te doen en we zoeken ieder individueel een plekje in het bos om drie kwartier helemaal alleen te zijn.
Intuïtief vind ik een plekje en ga in het gras zitten. Een zwarte vlinder land op mijn hand en en rustig neem ik de omgeving in mij op. Energetisch zie ik allemaal vrolijke kabouters om mij heen.
Ik ga in meditatie en ervaar een diep gevoel van vrede. Niet alleen buiten mijzelf, maar ook veel innerlijke vrede. Enkele recente belangrijke besluiten dragen hiertoe. Het gedoe dat ik verder nog in mijn leven ervaar lijkt heel ver weg een heeft geen impact. Leef in het NU en hou die innerlijke vrede vast, krijg ik als boodschap.

Een ideaal plekje manifesteren
Ik vertelde Daniël eerder over mijn mini pelgrimstocht naar mijn geboorteplaats en hoe daarin alle wensen over een plekje dat ik tegen wilde komen uitkwamen. Ik wenste nu een fijn plekje met een mooi uitzicht, maar Daniël wilde juist een sprookjesachtig plekje in het bos. Dat leek moeilijk te combineren, maar we zetten het wel als gezamenlijke intentie en lieten het verder los.
Nadat we elkaar op het pad weer gevonden hebben lopen we iets verder en zien daar een mogelijke rand en lopen er samen naartoe. Het blijkt inderdaad de rand van het dal en in de verte, tussen de bomen door zien we de rivier. Wat een geweldige plek, precies de combinatie van uitzicht en sprookjesachtige omgeving die we gewenst hadden. Dankbaar eten we hier onze lunch.
Onderin het dal gaat het pad over de spoorbrug en langs de rivier. Zo komen we bij het treinstation van Versam-Safien. Daar trakteren we onszelf op een ijsje en rijden met de trein naar Reichenau en met de bus terug naar Flims.
Megalieten en mysterieuze bergen
Park La Mutta
Bij Zwitserland denk ik niet snel aan Menhirs en Dolmens, maar in de buurt, bij Falera, ligt Parc La Mutta, het grootste en belangrijkste megalithische complex van Zwitserland. Daar gaan we natuurlijk even kijken en met de bus rijden we erheen.
We bezoeken allereerst de oude kerk, gewijd aan Sint Remigius.
In de kerk vind ik de gebruikelijke energiekruisingen in de toren en bij het altaar. Het eerste wat binnen opvalt is het enorm grote fresco van het Laatste Oordeel, waarin Christus als Rechter de zielen van de mensen scheidt. Aan de linkerkant worden de rechtvaardigen naar de hemel geleid, terwijl aan de rechterkant de verdoemden door demonen in de hel worden geworpen. Onderin is de hel afgebeeld, waarin mensen worden gefolterd, gekookt in ketels en worden verslonden door een gigantisch monster. In een toelichting staat dat de ziel hier eeuwig pijn ervaart en blijft sterven.
Ondanks dit angstaanjagende beeld voel ik bij het fresco vooral compassie. Bijzonder dat men dit vroeger nodig had om menen op het rechte pad te houden.
Bij het altaar voel ik een zachte, aardse energie.
Daniël is zanger en stembevrijder en wil hier natuurlijk de kerk vullen met zijn klanken. Zijn stem is heel zuiver en ik ben er van onder de indruk.
Weer buiten zoek ik de energiebanen op en voel dat de energie er veel zachter en vrijer is dan binnen. Bij de lijn door het altaar voel ik: Je bent één met de aarde.

Prehistorisch observatorium
De megalieten in Parc La Mutta vormden een prehistorisch observatorium. Ze staan in precieze lijnen die exact wijzen naar de zonsopkomst en zonsondergang tijdens de winter- en zomerzonnewende. Eén specifieke steen wijst zelfs exact naar de positie van een zonsverduistering uit 1089 v.Chr.
Ik dacht dat de megalieten een cirkel vormden, maar het blijkt dat ze verschillende lijnen (op energiebanen) vormen, zoals rond Carnac. Ik zie een grote steen die, samen met drie kleinere stenen een lijn markeert naar de zonsopkomst tijdens de zomerzonnewende. Ook hier voel heel duidelijk dat ik één ben met de aarde. Bij andere stenen voel ik diepe ontroering en beschermende energie.
Ik vraag waar de stenen toe dienden en krijg als antwoord dat ze gebruikt werden voor rituelen om het leven richting te geven. Wat een groot contrast met het fresco in de kerk, dat in essentie hetzelfde wilde bereiken.
Nieuwe kerk
Terug in het dorpje kijken we in de nieuwe kerk. Hier geen grote schilderijen, maar een wat ingetogener interieur. Ik ga direct achter het altaar staan voelen en wordt verrast door een wat akelige energie, die mij niet achter het altaar wil hebben. Als ik bij het Maria-altaar ga zitten ervaar ik juist een hele aangename, verwelkomende energie. En onder de toren is de energie nog fijner, ik voel mijn hart open gaan en zie hemels licht. Ik loop nog eens terug naar het altaar om te kijken of ik het wel goed gevoeld heb, maar ervaar weer hetzelfde. Bijzonder!
Mysterieuze bergen
We willen naar de mysterieuze bergen van Sardona, waarvan de toppen bestaan uit 250 miljoen jaar oud gesteente dat bovenop een laag ligt die ‘slechts’ 40 miljoen jaar oud is. Dit resultaat van een schuivende aardplaten is nergens in de wereld zo duidelijk zichtbaar als hier, waardoor het opgenomen is op de UNESCO werelderfgoedlijst.
We missen in Falera echter de bus, dus gaan op het gemak wat eten kopen en picknicken. De volgende bus brengt ons vervolgens naar Laax, waar we bij het meer wachten op de bus naar Nagens. Terwijl ik bij het meer een reading aan Daniël geef gaat er ineens een grote fontein aan die het plaatje nog mooier maakt.
Bij de camping hebben we een Gästekarte voor gratis gebruik van de lokale bus gekregen. We zien dat er ook een bus naar Nagens, hoog in de bergen, gaat en dachten dat dit een mooi gratis alternatief was voor de Bergbahnen. Bij deze speciale bus, die over een smalle weg, langs steile afgronden naar boven rijdt, reizen we echter voor half geld.
Omdat het middag is, zet hij ons af bij Alp Nagens, net iets lager. Vandaar lopen we naar Segnes, waar een bezoekerspaviljoen staat met informatie over het werelderfgoed Sardona. Vervolgens lopen we langs en door een soort estuarium van de rivier Flem. Bij een langere wandeling komen we te laat voor de bus terug, dus gaan we lekker relaxed in het gras liggen, genietend van de zon en de indrukwekkende omgeving.
We lopen weer terug naar Alp Nagens en met de laatste bus rijden we weer naar beneden.

Hinterrhein
Na de omgeving van de Vorderrhein bezocht te hebben, richten we ons op de Hinterrhein. De Hinterrhein wurmt zich door de Viamala, een diepe, indrukwekkende en historisch beruchte kloof.
Viamala betekent slechte weg en totdat er in de 19e eeuw wegen en bruggen werden aangelegd, was deze smalle, steile kloof met zijn kolkende water een levensgevaarlijk en berucht obstakel voor reizigers en handelaren op de alpenroute naar het zuiden.
We rijden naar Zillis en lopen vandaar door de Viamala richting Thusis. Al snel komen we bij een mooi kerkje in het gehucht Reischen. Ik ga er bij het doopvont staan, dat centraal in het kerkje staat, en voel mij hart open gaan. Ik zie de toegang tot de hemel, engelen zingen. Je hoeft niets te doen, alleen maar zo te zijn, krijg ik als boodschap binnen. Wow wat een mooie energie!
Daniël laat zijn klanken weer horen en nodigt mij uit om dat ook te doen. Dat gaat duidelijk minder soepel, maar na zijn uitnodiging om iets anders te proberen, te onderzoeken en te verkennenkomt er toch iets moois uit.
We vervolgen onze weg en als het pad langs de rivier loopt en we grote stenen passeren, voel ik hele krachtige, vitale energie. Het is zonnig en heel warm, dus fijn dat we grote delen in het bos of in de schaduw van de kloof lopen, met een verkoelend windje.
Viamala
Bij het bezoekerscentrum aangekomen kopen we een toegangskaartje en dalen met trappen af in de kloof, die verticale rotswanden heeft tot wel 300 meter hoog. De rotswanden komen hier zo dicht bij elkaar dat de doorgang soms maar drie meter breed is over een hoogte van 70 meter.
Het is een indrukwekkend gezicht. Ik probeer me voor te stellen hoe dit gevormd is en krijg door: De rivier is zacht en krachtig tegelijk. Hij dwingt niets af maar staat gewoon in zijn kracht en dan bezwijkt de berg vanzelf een keer. Hij forceert niets, zoals wij mensen vaak gewend zijn te doen als we iets willen bereiken.
Toch valt me ook op dat er niet echt veel water door de kloof stroomt. Het blijkt dat tegenwoordig 95% van al het water gebruikt wordt voor een waterkrachtcentrale, waar het water door ondergrondse tunnels doorheen stroomt.
We lopen verder richting Thusis en komen bij de het ‘Verlorna Loch’ (Verloren Gat), dat haar naam ontleent aan feit dat men dit lange tijd als onbegaanbaar zag. In 1820 lukte het echter met buskruit een tunnel en galerij dwars door de massieve, verticale rotswand te blazen en een berijdbare weg voor koetsen te bouwen. Nu wordt het vooral voor wandelaars en fietsers gebruikt.
We lunchen hier en zien tot onze verrassing dat Thusis dichterbij is dan de borden aangaven. We trakteren onszelf weer op een ijsje terwijl we op de bus naar Zillis wachten. In de bus zien we op een beeldscherm wereldnieuws, dat we al dagen niet gevolgd hebben, en dat lijkt een andere wereld.
Sixtijnse Kapel van de Alpen
Bij het Viamala bezoekerscentrum hebben we een combinatieticket gekocht dat ook geldig is in de Sint-Martinuskerk in Zillis, die vanwege het bijzondere plafond bekend staat als Sixtijnse Kapel van de Alpen. Sint-Martinus was de beschermheilige van reizigers. Wie de gevaarlijke tocht door de beruchte levensgevaarlijke Viamala-kloof overleefde of eraan begon, stopte in Zillis om te bidden of te danken. Met het geld dat dit welvarende reizigersknooppunt opleverde werd in de 12e eeuw een indrukwekkend plafond gemaakt, bestaande uit 153 beschilderde panelen.
Bij het ticket kantoortje blijkt een Nederlander te werken die al 30 jaar in Zwitserland woont. Hij geeft ons een spiegeltje om dit indrukwekkende plafond zonder nekpijn uitgebreid te bekijken.
Niet alleen het plafond is mooi, ook de energie is fijn: ik voel zachtheid en volledige vrijheid.

Naar de bron van de Rijn
We overnachten in Andeer en rijden de volgende ochtend naar Splügen, waar we de auto achterlaten bij de camping en met de bus verder rijden naar het begin van de San Bernardinotunnel: halte Hinterrhein, Tunnel Nordportal.
Daar begint onze wandeling naar de bron. Het eerste stuk gaat over een militair oefenterrein. Het is vrijdagmiddag, dus iedereen is naar huis en wij kunnen gewoon doorlopen. Naast ons stroomt de Hinterrhein en dat blijft vandaag en morgen zo. De eerste inzichten dienen zich aan: Hoe dichter bij de bron, hoe zuiverder de rivier wordt. Net als bij een mens, die helemaal zuiver ter wereld komt en door invloeden van de omgeving steeds onzuiverder wordt.
Zaporthütte
Vandaag lopen we naar de Zapporthütte, een wandeling van 9 km, met ongeveer 760 meter omhoog en tussendoor ook 100 meter omlaag. Na een uur over en langs het militair oefenterrein wordt het terrein ruiger en en de wereld om ons heen steeds imposanter. Het smalle pad slingert omhoog door een diep, V-vormig dal, omgeven door steile, groen begroeide hellingen die soms overgaan in kale rotswanden en puinhellingen. Zo volgen we de loop van de Hinterrhein, steeds dieper beneden ons. Af en toe steken we een zijstroompje over of passeren een rotswand, waar het pad gezekerd is met kettingen.
Al snel zien we de eerste sneeuw, die als een donkere sneeuwbrug over de rivier ligt, zelfs nu het zo warm is. De zon brandt volop, maar omdat de lucht op deze hoogte vrij koel is, is het heerlijk wandelweer. We maken dankbaar gebruik van de beekjes met kristalhelder water om veel te drinken en alles wat we uitzweten weer aan te vullen.
De rood-witte markeringen op rotsen houden ons op het juiste pad. Bij elke stap verandert het uitzicht en na een flinke klim komt, vlak voor we er zijn, de hut in beeld.
Hier gaan de rugzakken af, de schoenen uit en genieten we van een heerlijk koel biertje. We zijn vandaag in het gezelschap van 10 andere wandelaars en de gastvrouw die in haar eentje een groot deel van het jaar de hut bemenst. Er is hier geen mobiel bereik en geen weg voor voorraden. De eerstvolgende helikopter komt over twee weken nieuwe voorraden brengen.
De hut staat hier al sinds 1872. Toen begon hier de Paradijsgletsjer, die tegenwoordig vrijwel helemaal verdwenen is. De opzet van de authentieke hut is vrij basic, een keuken, een eetkamer en een zolder met matrassen. Een toilet is aan de buitenkant en een kleine wasbak hangt buiten aan de gevel. Toch krijgen we een geweldig viergangendiner. Het is een mooi samenzijn met een gemêleerde groep mensen die allemaal de liefde voor de natuur en de bergen delen. Na afloop vraagt de gastvrouw hoe laat iedereen het ontbijt wil hebben. Een groep wil graag om 5 uur, een andere om 6 uur en wij wilden eigenlijk om 7 uur, maar dat vind ze niet zo fijn, dus sluiten we ons bij de groep van 6 uur aan. Om 21.00 uur ligt iedereen te slapen.
De bron
De volgende ochtend gaan we na het ontbijt op pad. Het is frisjes en bewolkt, maar zodra de zonnestralen het dal in schijnen lost de bewolking langzaam op en wordt het weer een stralende dag.
Het pad naar de bron is geen officieel wandelpad, dus ontbreken de rood-witte markeringen. In plaats daarvan staan op sommige plekken ‘aardmannetjes’, piramidevormige stapels met stenen, die de weg markeren.
Het is slechts drie kilometer en maar 200 meter omhoog. De bron van de Rijn wordt gemarkeerd met een bord, waarop we lezen dat Katwijk aan Zee (tot de middeleeuwen de monding van de Rijn) 1222 km verder is, ofwel 305 uur lopen.
Op dit punt staan we in een kom met een halve cirkel aan bergtoppen om ons heen, waar allemaal smeltwater naar beneden komt, dat zich hier verzamelt en een rivier vormt die uitgroeit tot de Rijn.
We gaan ieder voor zich ergens bij een stroom zitten om deze plek volledig in ons op te nemen. Het voelt zo puur en oer, wat bijna niet onder woorden te brengen is. Ik kijk naar het dal waar we vandaan kwamen en de rivier doorheen stroomt. Daar in de verte is de bewoonde wereld. Die is niet alleen ver weg, maar voelt ook heel ver weg. Er is alleen het NU, waarin ik één ben met de bergen, de natuur en alleen maar kan Zijn. En dat voelt heerlijk!
Ik voel hoe alle stromen in eenheid samenwerken en de Rijn vormen. Hoe zou de wereld eruit zien als samenwerking voor mensen net zo vanzelfsprekend zou zijn?
De manier waarop het water naar zee stroomt laat mij ook mooi zien hoe ik keuzes kan maken: voel waar weerstand zit en stroom er gewoon langs.
Ik voel ook het enthousiasme van het bronwater om een nieuwe reis te gaan maken en het doet me denken aan een energetische oefeningen waarin we keken naar onze essentie, vlak voor de eerste incarnatie op aarde. Daarin voelde ik ook een enorm enthousiasme, ondanks het weten dat het een zware reis zou worden.
Is dit eigenlijk wel de bron? Of stromen alle rivieren uiteindelijk in de oceaan en is dat de bron van waaruit alles voortkomt? Het water vormt een eindeloze cyclus vanuit die bron, als waterdamp, wolk, neerslag en vervolgens rivier, terug naar de bron en hiermee maakt het leven op aarde mogelijk. Een cyclus die vergelijkbaar is als onze zielevonk die zich afsplitst van de bron en een cirkel van ervaring maakt om uiteindelijk weer op te gaan in de bron om deze met alle opgedane ervaring te verrijken.
Nadat we de tijd hebben genomen om ons helemaal te verbinden met deze plek, besluiten we een rondje rond het centrale punt te lopen, over alle stromen die hier bij elkaar komen. Het is een enorm gebied vol stenen en als ik ergens een andere doorgang probeer, verdwijnt Daniël al snel in de verte en wordt een klein stipje in een enorme steenmassa. Bij het centrale punt komen we weer bij elkaar en lopen terug naar de hut.
Bij de hut genieten we van een heerlijke lunch, waarna we weer afdalen naar het beginpunt van onze reis. Als we bij het militaire oefenterrein komen, kijken we hoe laat de bus komt en schatten in dat we flink moeten doorlopen om de bus te halen en te voorkomen dat we twee uur moeten wachten. Dat lukt en de bus brengt ons naar Splügen, waar we de temt opzetten en nagenieten van deze indrukwekkende reis.
Afsluiting
Rofflaschlucht
’s Avonds trekt een storing over die wat regen brengt, maar minder dan verwacht. Ook de dag erop hebben we veel regen verwacht, maar valt het allemaal mee. We rijden naar de Rofflaslucht en zijn onder de indruk van het authentieke familiehotel en het verhaal van de voorouders die in Amerika, bij de Niagara Falls, op het idee kwamen om de waterval thuis toegankelijk te maken voor toeristen en dit met veel handwerk voor elkaar kregen. Een prachtige plek, met meer water dan in de Viamala.

Val di Lei
Vervolgens rijden we naar de Val di Lei. Dit is het hoogste stuwmeer van de waterkrachtcentrale in de Viamala. Het ligt vrijwel geheel op Italiaanse bodem (en is ook het enige stukje Italië binnen het stroomgebied van de Rijn), maar alleen de stuwdam ligt in Zwitserland. Op de kaart is duidelijk te zien dat hiervoor een grenscorrectie werd overeengekomen. De route ernaartoe eindigt bij een mysterieuze tunnel. Als we ervoor staan, gaat het licht op groen en kunnen we door de éénbaans tunnel naar de stuwdam. Het lijkt op een onderdeel van een geheime locatie en zou zou passen in een spionagefilm. Naast de stuwdam kunnen we parkeren en naast de tunnel is een informatieruimte met uitleg over de bouw en werking van het hele systeem dat bestaat uit verschillende stuwmeren, generatoren en drukleidingen. Het geniale is dat bij een stroomoverschot in Europa, dit gebruikt wordt om het water weer naar boven te pompen.

We lopen over de dam naar Italië, waar iets verder een restaurant is. Daar lunchen we en gelukkig zijn we op tijd, want het hele restaurant loopt vol vanwege een lokale feestdag. Het is de herdenkingsdag van Sint Anna, waarvan een kapel bij de dam staat. Aan de lange tafel waar we zitten komt nog een Zwitsers stel zitten en dat levert mooie verhalen op.
Sint Annakapel
Na de lunch lopen we naar de kapel. Wat een mooi geschenk is deze kapel op de laatste dag in Zwitserland. We kunnen hier mooi een eindoefening doen. Daarbij visualiseren we een schaal en vervolgens visualiseren we de reizen die we maakten en bij elke plek waar we waren doen we de energie in de vorm van een gekleurd balletje in de schaal. Als we alles hebben gehad mengen we die door elkaar en voelen de energie.
Ik voel daarin de kracht van de natuur en kracht in mijzelf. Ik voel ook de eenheid met de natuur, die zacht en tegelijk krachtig is, net als wij. De boodschap die ik krijg is: Je bent onafhankelijk. Je hebt niets nodig uit de omgeving om jezelf te zijn. Je hebt alles in je.
Dankbaar rijden we terug naar Splügen voor een laatste overnachting, waarna we volgende dag een voorspoedige reis naar huis hebben.
Informatie:
- Lees over de hartstocht van Daniël: van bron naar monding van de Rijn
- Tip voor een wandelapp in Zwitserland: Swisstopo
- Alle genoemde krachtplaatsen met de exacte coördinaten en een toelichting staan op de krachtplaatsen-kaart.
- De foto’s zijn van mij (Theo), tenzij anders vermeld.
- Overzicht bezochte plekken (klik voor vergroting):












0 Comments