Energiereis naar Bretagne (via Chartres, Le Mans en Mont Saint-Michel)

Published by Theo on

Enkele van de duizenden menhirs die in Carnac in rijen staan opgesteld (foto: Theo Buijsrogge).

De 3000 menhirs die in Carnac in rijen opgesteld staan oefenden een bijzondere aantrekkingskracht op mij uit en daarom besloten mijn vrouw (Alla) en ik om een korte zomervakantie naar deze bestemming te maken. Het werd een prachtige reis waar we weer veel nieuwe en enkele bekende krachtplaatsen hebben ervaren.

Chartres

De kathedraal van Chartres stond ook al lang op mijn verlanglijstje. Op de vloer van de kathedraal staat een groot labyrinth dat model staat voor vele andere labyrinten in de wereld. Hier zou een krachtige energie zijn die door de Franse onderzoeker André Bovis als norm is gebruikt voor de naar hem genoemde Boviswaarde. Hij ontwikkelde een methode om snel de energetische kwaliteit van levensmiddelen te bepalen. Met zijn methode kun je niet alleen de levensenergie van voedsel meten, maar van alles en het blijkt uit mijn ervaring behoorlijk reproduceerbaar bij metingen door verschillende mensen. Voor het bepalen van de Boviswaarde gebruik je een pendel die je over een schaal beweegt. Ik gebruikte in het verleden vaak een ronde schaal met waardes van van 0 tot 18.000. Daarbij is 6.500 tot 7.000 neutraal. Een lagere waarde is ongezond of zelfs ziekmakend (onder 3.000). Boven de 7.000 is gezond en boven de 10.000 kom je in een krachtzone. De ronde schaal eindigt bij 18.000 en dat zou de energiewaarde zijn in het centrum van het labyrinth van Chartres!

De kathedraal van Chartres staat op een verhoging in het landschap. In de tijd vóór de christenen zou dit een heiligdom van druïden zijn geweest, met een heilig woud en een bron, gewijd aan de moedergodin. Diverse kerken die hier vervolgens werden gebouwd zijn door Vikingen of door brand verwoest. De huidige kathedraal is tussen 1194 en 1220 gebouwd en werd gewijd aan de maagd Maria.

Elke vrijdag is er gelegenheid om het labyrint te lopen, dus we gaan een vrijdagochtend vroeg op pad. Na een voorspoedige reis zijn we rond de middag bij ons hotel in Chartres. In de stad lunchen we op een terrasje en gaan dan naar de kathedraal. De energie is buiten al voelbaar: een bron van leven, licht en vernieuwing. Binnen is het labyrinth vrij van stoeltjes en veel mensen lopen er al doorheen. Ik loop het pad door het labyrinth met de vraag wat voor mij belangrijk is deze reis. Ik merk dat ik het vervelend vind me aan te passen aan de andere mensen in het labyrinth en ik krijg een heldere boodschap: ‘Volg niet een ander of een groep, kies voor individuele vrijheid. En laat krampachtig najagen van doelen los’. Relax en vertrouw erop dat je geleid wordt. Voor het centrum van het labyrinth ontstaat een wachtrij. Mooie gelegenheid om even te pendelen naar de energie. Die blijkt hier inderdaad 18.000 te zijn!

De plek voor het altaar blijkt ook een bijzondere energieplek. Het voelt voor mij als een ‘portal’ tussen kosmos en aarde met een sterkte energiestroom die alles losschudt en vernieuwt. Het schijnt dat deze plek zich bevindt boven de bron in de crypte. Die crypte blijkt elke dag om 14 uur te bezichtigen en dat hebben we net gemist.

Iets anders bijzonders in de kathedraal is ‘Le Voile de la Vierge’, de Sluier van de Maagd. Deze zou door de Maagd Maria zijn gedragen. Hij wordt bewaard in een gouden reliekschrijn. Ik voelde er liefde en zachtheid en kreeg de boodschap: ‘Wees lief voor elkaar, zie in ieder mens de goddelijke vonk’.
Het deed me denken aan de Lijkwade van Jezus in de kathedraal van Turijn. Ook hiervan is niet met volle zekerheid te zeggen dat hij authentiek is, maar ik voelde er veel liefde vanaf komen.

We lopen via de Église Saint-Aignan terug naar het hotel. Deze kerk is is de oudste van Chartres en zou ook een krachtige energie hebben. Wij treffen hem gesloten aan. Bij de entree voel ik een relaxte energie van loslaten en bescherming.

Na een indrukwekkende dag kregen we ’s avonds nog een gratis attractie. Het blijkt dat er een lichtfestival is waarbij 21 monumenten in de stad met een lichtshow worden verlicht, te beginnen met de kathedraal. Het was werkelijk prachtig en blijkt sinds 2020 jaarlijks te worden vernieuwd en is tegenwoordig van april tot januari te zien. De route langs de monumenten is met blauwe lampjes in het straatwerk gemarkeerd.

De kathedraal van Chartres is een belangrijk bedevaartsoord (foto: Theo Buijsrogge)
Het labyrinth heeft een roos in het midden, het symbool van Aphrodite (door Romeinen Venus genoemd), de godin van liefde en vruchtbaarheid. Het pad is 666 voet lang. Dit is het heilige getal van Aphrodite, dat later door christenen tot duivelsgetal werd benoemd (foto: Theo Buijsrogge)
De voorganger van de huidige 14e-eeuwse Église Saint-Aignan was de oudste parochiekerk van de stad (foto: Theo Buijsrogge)
Elke avond wordt op 21 monumenten van Chartres een geweldige lichtshow opgevoerd (video: Theo Buijsrogge)

Le Mans

Op weg naar Bretagne kruisen we de Michael-Apolo-lijn en we besluiten hiervan de kathedraal van Le Mans te bezoeken. De vorige keer had ik hier een indrukwekkende energie-ervaring, dus de verwachtingen zijn hooggespannen. Deze keer vind ik de energie iets minder indrukwekkend, maar nog steeds goed voelbaar. Ik moet wat meer moeite doen om de heldere oorspronkelijke energie te vinden, die enthousiast en levenslustig is en gemotiveerd om iedereen mee te laten doen. De kapel achter het koor, met het plafond met vele engelen heeft ook een mooie energie. Ik voel er liefdevolle bescherming, zoals je een klein kind begeleid bij de eerste stappen.

Op de plek van de kathedraal waren al mensen rond 4.000 voor Christus. Belangrijkste overblijfsel is de menhir Pierre Saint-Julien. Deze menhir uit roze zandsteen is circa 4,5 meter hoog en is in 1778 op Place Saint Michel geplaatst op de noordwestelijke hoek van de kathedraal. Volgens de overlevering heeft de steen het uiterlijk van een vrouw die een laken draagt en is de opening in het midden haar navel. Door als jonge vrouw daar herhaald met je vingertop in te wrijven zou je erg vruchtbaar worden. Daardoor is dit gaatje heel glad geworden.

Met mijn wichelroede zoek ik nog even naar de energielijn en vindt deze bij de noordelijke entree, waar hij de kerk in gaat. Via de westelijke entree stroomt de energie er weer uit en vervolgens verder door naar de toren.

De bouw van de kathedraal van Le Mans startte in 1056, hij werd in 1120 ingewijd en kreeg pas in 1430 zijn huidige imposante uiterlijk (foto: Theo Buijsrogge)

Carnac

We verblijven de hele week in een natuurhuisje in Belz, zo’n 15 km van Carnac. Een prachtige en heel wisselende omgeving met zeearmen vol oesterbanken, bossen, (schier)eilandjes, zandstranden en natuurlijk ontelbare menhirs en dolmens.

De grootste concentratie menhirs bevindt zich in Carnac, waar zo’n 3000 menhirs in rijen staan opgesteld. De Fransen noemen zo’n stenenrij een Alignement. Door schade aan de bodem, als gevolg van het massatoerisme, waardoor mogelijk stenen loskomen, staat er sinds 1991 een hek om de stenenrijen en zijn de stenen van april t/m september alleen onder begeleiding bereikbaar. In een klein museum, het Maison des Mégalithes kun je een rondleiding boeken om met een gids tussen de stenen door te mogen lopen.
Dit museum staat bij de Alignements du Ménec, aan de noordkant van Carnac. Van hieruit beginnen de stenenrijen die zich verder naar het noordoosten uitstrekken.

Iemand had verteld dat we de energie ook prima konden voelen in het pannenkoekenrestaurant bij de menhirs. Mijn beeld was een modern restaurant met een groot terras, met vele tafeltjes en toeristen, zoals ik ken van populaire boswandel-bestemmingen in Nederland. Wij vinden echter een eenvoudige schuur met enkele tafeltjes aan het begin van de Alignements du Ménec. We weten dan nog niet dat de helft van alle restaurants in Bretagne een Crêperie blijkt te zijn. Ook anderhalve kilometer verder staat tussen de stenenrijen een pannenkoekenrestaurant.
De Alignements du Ménec voelt als een kosmische landingsbaan en een energie-versterker. ‘Met samenwerking ben je tot alles in staat’ was de boodschap van de menhirs.

In het verlengde van de Alignements du Menec ligt de Alignement de Toulchignan, ingeklemd tussen drukke verkeerswegen. 500 Meter verder begint de Alignements de Kermario. Dit is waarschijnlijk de drukst bezochte plek van Carnac vanwege de grote monolieten in het begin. Opvallend is dat de hoogste stenen op de hoogste plekken staan en van de heuvel af de hoogte van de menhirs ook geleidelijk afneemt. Ook hier staan hekken om de stenenrijen, maar we kunnen er prima omheen wandelen en halverwege de weg er tussendoor volgen. Deze plek voelt niet meer als kosmische landingsbaan. Opvallend is dat elke steen net iets anders aanvoelt.
Aan het eind van de Alignements de Kermario staat een toren, de Moulin de Kermaux, waar we even stoppen met de auto. Je hebt hier een uitzicht op de stenenrijen in het glooiende landschap, maar de perfecte foto kan ik er niet maken.

In de stenenrijen staan op de top van de heuvel de hoogste menhirs en lager staan ook lagere stenen. (foto: Theo Buijsrogge)

We rijden verder over de D196, en komen langs de Alignements du Manio, waarvan de stenen over een grafheuvel lopen die ouder is dan de geplaatste rij menhirs.

300 Meter noordelijker hiervan, in het bos staat de Giant Manio, een enorme menhir van 6 meter hoog. Ik voel hier ontroering in mijn keelchakra. Het wordt getriggerd om te healen en los te laten. Het voelt alsof de ene kant van de menhir het chakra triggert en de andere kant het transformeert.
50 Meter noordelijker ligt de Quadrilatère du Manio, een vierhoekige formatie van stenen. Ze zouden een graf hebben gemarkeerd dat niet meer bestaat. Wij lopen van hieruit naar het oosten, om een paardentrainingsveldje heen, door het bos en komen zo bij de Alignements de Kerlescan, die ook weer omheind is. Deze stenenrij loopt uit in een punt. Het voelt alsof de energie gebundeld wordt en zo neutraal beschikbaar is voor dat wat je ermee wilt doen. We lopen eromheen terug naar de auto die bij het bospad naar de Giant Manio staat.

Giant Manio, de reus van Le Manio, is zes meter hoog (foto: Theo Buijsrogge)

Enkele dagen later bezoeken we de Alignements du Petit-Ménec die enkele honderden meters verder ligt. Dit is de laatste stenenrij van Carnac, die feitelijk in de buurgemeente La Trinité-sur-Mer ligt. Hier geen hekwerken, alleen een oude steen die markeert dat dit staatseigendom is. De energie voelt hier kinderlijk onbevangen, vrij en blij. Gewoon simpel Zijn in het NU.
Alla krijgt haar boodschappen via automatisch schrift in gedichtenvorm en terwijl ze zit te schrijven onderzoek ik de plek met de wichelroede. De stenen blijken allemaal exact op een energielijn te staan. Zo kan ik, ondanks dat soms tussenliggende stenen ontbreken en de afstanden variëren, precies vaststellen welke bij elkaar horen. Drie lijnen lopen vrijwel door de hele formatie. In het midden zijn het er een stuk of zes. Waar deze rij ophoudt wijst de wichelroede inderdaad dat de energie afbuigt naar het naastgelegen weiland.

Bij de Alignements du Petit-Ménec is geen hekwerk, maar een steen die markeert dat dit staatseigendom is (Propriété de L’État) (foto: Theo Buijsrogge)

In Carnac bezoeken we nog een bijzonder punt: de Tumulus Saint-Michel. Dit is de grootste grafheuvel van Europa. Het is gebouwd tussen 5000 en 3400 v.Chr en was een begraafplaats voor de elite. Bij de eerste opgravingen in 1862 groef men verticale putten van 8 meter om bij de begrafeniscrypte te komen. Men vond er prachtig meubilair, sieraden en werktuigen. Op de tumulus is in 1663 een kapel gebouwd die, na een vernietiging, in 1926 is nagebouwd.

We wilden in het restaurant ernaast lunchen, maar het blijkt gesloten. Ik loop snel even omhoog, voordat we een andere lunchplek gaan zoeken. Ik maak een panoramafoto en zie dat de zee inderdaad vlak bij is. Jammer dat je hier de stenenrijen niet kunt zien.

Vanaf de Tumulus Saint-Michel kijk je uit over Carnac en de omgeving (foto: Theo Buijsrogge)

Erdeven

De stenen van Carnac zijn indrukwekkend vanwege het grote aantal. We ontdekken echter in Erdeven, dat tussen ons huisje en Carnac ligt, ook een grote concentratie menhirs. Deze zijn vrij toegankelijk en variëren van klein tot enorm groot, in een lijn, groep of solidair en allemaal met verschillende energie. Een mooie energiespeeltuin waar we enkele keren terugkomen.

De eerste die we bezoeken is de Alignements de Kerzerho. Deze wordt deels doorsneden door de Rue de Menhirs (D781). Er is een parkeerplaats direct naast de menhirs. Elke steen voelt net even anders. Ik kom veel de energie van blijdschap tegen. ‘Doe eens lekker gek’. ‘Volg je levenspad, daar wordt je blij van’ zeggen de stenen. De energie bevestigt dat ik hier op mijn levenspad loop.

Ik zie iemand met geheimzinnige kristallen en een apparaatje rondlopen. Ik probeer hem aan te spreken maar we verstaan elkaar niet. Ik gebaar nog naar mijn wichelroede, maar het enige wat ik begrijp is dat hij ook de energie volgt en zijn methode veel nauwkeuriger vindt.

De Alignements de Kerzerho wordt doorkruist door een weg en is vrij toegankelijk (foto: Theo Buijsrogge)

Aan het einde volgen we de stenen richting een uitgesleten paadje door het weiland. Achter het weiland ligt een echt pad, waar op mijn kaart nog enkele menhirs langs staan. Daar willen we heen, maar ons paadje houdt op en het wordt dus een avontuur door de bramenstruiken. We hadden beter vanaf de parkeerplaats bij het begin van de stenen het pad links kunnen nemen naar de Alignement de la Table des Sacrifices. Dit is een rij menhirs tussen de bomen, waarvan de middelste enorme afmetingen hebben en daarom ook Les Geants de Kerzerho heten. Aan de ene kant van de stenenrij voelt het alsof de energie vanuit de kosmos komt. Het voelt als een zalige, zachte healing. Aan de andere kant gaat de energie juist van de aarde naar de kosmos. Ik krijg een beeld van een grote telefoonhoorn voor buitenaardse kommunicatie. Aan de ene kant worden berichten uit de kosmos ontvangen en aan de andere kant worden ze naar de kosmos uitgezonden. De grote stenen tussenin zijn versterkers en de grote groep van de Alignements de Kerzerho vormen een batterij die het geheel voedt.

Alla kreeg in Carnac ook al ingevingen over portals en verbindingen met andere dimensies en buitenaardsen. Later lees ik in het foldertje over de menhirs in Carnac dat het idee dat de stenen een verwoeste tempel waren aan het verdwijnen is. Er wordt nu gedacht aan “…een ‘doorgangssite’, een drempel tussen twee werelden…”, “…een uitdaging die de wetenschap aan moet gaan…”. Boeiend!

Staande en liggende reuzenstenen: Les Geants de Kerzerho: (foto: Theo Buijsrogge)

Er loopt van hieruit een wandelroute genaamd ‘Sentier des Megalithes’ naar het oosten van ca. drie kilometer langs diverse menhirs. De eerstvolgende is de Alignement de Belanno. Hier kwamen wij dus via ons bramenpad. Het zijn twee stenen in een bosje langs het pad. De ene heeft een duidelijke mannelijke energie en de andere een vrouwelijke. Alla benoemt het als kabouters en feeën.

De Alignement de Belanno bestaat uit twee stenen, een met mannelijke energie en kabouters en een ander met vrouwelijke energie en feeën. (foto: Theo Buijsrogge)

De wandelroute zelf hebben we te laat ontdekt om zelf te lopen. Wel zijn we een keer naar de laatste twee plekken geweest.

De Chaise de César is een grote menhir in de vorm van een stoel. Hij maakt onderdeel uit van een grote groep menhirs die grotendeels in lijnen staan opgesteld. Het is wat lastig om erop te komen, maar eenmaal erop is de energie geweldig: grappig en krachtig tegelijk. ‘Sta in je kracht, glimlach en ga met een knipoog door het leven. Wees authentiek en neem het leven niet te serieus’ was de boodschap. De kleinere steen ervoor is wat makkelijker om op te gaan zitten voelt eigenlijk hetzelfde.

De stenen in de rij erachter voelen allemaal even heerlijk, loslatend, relaxend en healend. ‘Heerlijk Helder Healend’ komt er in me op.

Gezeten op de Chaise de Cesar ziet de wereld er fantastisch uit. (foto: Theo Buijsrogge)

Door het bos lopen we naar de 400 meter verder gelegen Dolmen Mane Croc’h. Dit is een forse dolmen en de energie vertelt me dat ik Bourgondisch van het leven mag genieten.

We hebben nog diverse andere menhirs en dolmens in de omgeving bekeken en elke heeft zijn eigen energie en geeft weer andere inzichten. Ik heb hier en daar mijn wichelroede erbij gepakt oms eens te kijken hoe de energie loopt. Wat me opvalt is dat menhirs altijd op een energielijn staan. De dolmens die ik gemeten heb blijken telkens enkele meters naast de energielijn te staan. Ook is van sommige dolmens de energie niet zo krachtig. Toen ik vroeg waarom dat zo is, kreeg ik als boodschap dat dolmens hun energie verliezen doordat ze lange tijd alleen voor hun fysieke aanwezigheid werden gezien. De waardevolle energetische- en mystieke betekenis werd niet gezien of zelfs ontkend. Wat je geen aandacht geeft dat verdwijnt. Mogelijk speelt ook mee dat ze niet altijd op een energielijn staan.

We genieten hier niet alleen van de krachtplaatsen, maar ook van de omgeving en lekker eten. Ik heb erg genoten van de verse oesters die hier in overvloed gekweekt worden. Een andere Bretonse delicatesse die ik per ongeluk in mijn salade bestelde kun je beter links laten liggen: Andouille. Dit lijkt op een gewone worst, maar blijkt gemaakt van varkensingewanden en heeft een hele sterke geur en smaak en rubberachtige textuur.

In de omgeving zijn vele prachtige zandstranden (foto: Theo Buijsrogge)

Sainte-Anne-d’Auray

Dit is het grootste bedevaartsoord in Bretagne. In 1625 verscheen Sint-Anna, de moeder van Maria, hier aan de boer Yves Nicolazic. In de vorm van een mysterieuze fakkel leidt ze hem naar een plek waar hij een standbeeld vindt. Het beeld dat ze vinden zou van de Romeinse godin Bona Rea zijn die borstvoeding geeft aan twee kinderen. Het wordt discreet aangepast en opnieuw geverfd door de kapucijner monniken uit Auray om er het beeld van te maken van de heilige Anna die de maagd en het kind Jezus op haar knieën houdt. Drie dagen laten begonnen pelgrims massaal toe te stromen om voor het standbeeld van Sint-Anna te bidden
Ondanks de aanvankelijke berispingen van de priester, werd de verschijning na een snel, maar intensief onderzoek door het bisdom erkend. Op de vindplaats bouwt Nicolazic, gesteund door de bisschop een kapel zoals Sint-Anne hem opdroeg. Al snel worden de eerste wonderen geregistreerd en tussen 1625 en 1684 worden er zelfs 1277 wonderen officieel geauthentiseerd.
De kapel groeit uit tot de belangrijkste bedevaartsplaats voor Sint Anna, de patroonheilige van Bretagne. Tijdens de Franse Revolutie is de kapel geplunderd en daarna gesloopt om plaats te maken voor de huidige basiliek, die nodig was om het grote aantal pelgrims te kunnen huisvesten.

Wij bezoeken allereerst het enorme standbeeld van Sint-Anna, in de tuin links van de hoofdentree. Ik voel er geen bijzondere energie. Vervolgens lopen we door naar het grote monument ter nagedachtenis van de slachtoffers van de 1e wereldoorlog. Onderin is een donkere, ronde ruimte met aan de ene kant twee graven van zand met elk een kruis en aan de andere kant is de wand verdeeld over de verschillende bisdommen met hun zegeningen en herdenkingen. In het midden Jezus met een groot kruis. Het komt mij over als een wat onsamenhangend geheel. In de energie voel ik veel gedoe en bisdommen die hun plek opeisen om te laten zien wie er het belangrijkst is.
Boven in het monument is een rond plateau met een enorm altaar. Deze ruimte wordt afgedekt met een puntige kap die er ver boven staat. Dat geeft dit een heel open en transparante sfeer. De energie voelt er licht en bevrijdend. Ik ervaar het monument als een mooi contrast tussen licht en duisternis.

Het monument van de Grote Oorlog heeft in de energie een groot contrast tussen licht en duister (foto: Theo Buijsrogge)

We lopen verder door de tuin en komen eerst het klooster binnen. In de kloosterkerk ervaar ik een heerlijke stilte. In de energie merk ik dat ik toch moet ‘graven’ naar de heldere energie van de oorspronkelijke plek die zich openbaart als een zonnige weide vol vrijheid. In de kerk voelt het toch wat minder vrij.

Vanuit het klooster lopen we de basiliek in. Energetisch ervaar ik veel boodschappen om minderbedeelden te beschermen maar op een nogal dwingende manier, zodat ik me er niet mee kan verbinden. Bij het altaar van Sint-Anna krijg ik door dat mensen eigenlijk heel veel eigenschappen op haar geprojecteerd hebben en aan haar hebben toegeschreven en haar zo gemaakt hebben tot wie ze niet was.
In het kapelletje van Yves Nicolazic voelt het zuiver en ook een beetje naïef. Het voelt alsof de Kerk met zijn vondst aan de haal is gegaan.

Al met al een zeer interessante plek.

De basiliek van Sainte-Anne-d’Auray trekt zo’n 600.000-800.000 bezoekers per jaar. (foto: Theo Buijsrogge)

De 7 heilige bergen van Bretagne

Op een reis naar krachtplaatsen in Bretagne kun je natuurlijk niet om de zeven ‘heilige bergen’ heen. Dit waren ‘bergen’ die het Bretonse land domineerden van west naar oost en waar de druïden de zonnewendes en andere grote festivals volgens de Keltische traditie vierden.
Ik liet los om ze allemaal te willen bezoeken en liet me leiden waar het leven me zou brengen. Dat werden er uiteindelijk zes.

Mane Gwen (Maneguen, witte berg)

Dit is nu een beboste heuvel, maar was ooit zonder vegetatie en de rotsen glinsterden daardoor in de zon. Volgens een legende werd de heuvel rond 1300 meerdere dagen en nachten verlicht met een uitzonderlijke witte gloed. Zo kreeg de berg de naam Mane Gwen, ‘witte berg’in het Bretons. De berg is 155 meter hoog en onze wandeling begint bij de Notre-Dame de Manéguen, waar we parkeren. Van hieruit loopt er een pad naar boven, naar de kapel gewijd aan St-Michel. We kijken eerst nieuwsgierig in de kapel van de Notre-Dame. Daar blijkt een gratis gids te zijn om een toelichting te geven op wat er te zien is. We zijn de enige, dus stemmen toe om even wat te horen over de achtergrond. Zo leren we dat er afbeeldingen van de Romeinse god Hercules en van van de weldoener die betaalde voor de kapel op de gevel staan. Binnen vallen de mollige engelen, Jezus en andere figuren op. De energie is er gemoedelijk.

Dan nemen we het pad door het bos naar boven. Tweehonderd meter verder staat de Michael-kapel al, op een open plek in het bos, op de top van de berg. Dit is de Chapelle Saint Michel du Maneguen. Hij is gesloten. De energie zegt: “Hier mag je even uitrusten voor je verder gaat. Je hoeft even niets.” De hele berg ademt trouwens een energie van Zijn, een uitnodiging om alleen maar te Zijn.

We vervolgen het pad, dat langzaam iets naar beneden loopt en komen na ruim 500 meter bij de Pierre du Sacrifice, de steen van de offers. Deze steen was ooit een druïdenaltaar, ingericht voor rituelen met met kleine bassins erin uitgehakt. Je hebt hier ook een prachtig uitzicht op de omgeving. Het voelt alsof de energie van de berg hier wordt versterkt. Vanwege dat overzicht op de omgeving en die energieversterking was dit ooit zo’n belangrijke plaats.

Het pad loopt hier verder naar beneden, waar je dan achter de heilige berg weer terug kunt lopen naar de eerste kapel. Dat maakt een totale wandeling van 2,5 km. Wij hebben geen zin in een afdaling en vervolgens weer een klim en lopen hetzelfde pad terug en lunchen op een picnicbankje bij de eerste kapel.

De Chapelle Saint Michel du Maneguen staat op het hoogste punt van de heilige berg. (foto: Theo Buijsrogge)
De Pierre du Sacrifice was een druïdenaltaar, ingericht voor rituelen (foto: Theo Buijsrogge)

Vanuit Mane Gwen rijden we naar de 15 km verder gelegen Chapelle Saint-Gildas. In 538 vestigde Sint Gildas zich hier in een in de rots uitgehouwen kluizenaarskapel. Zijn leerling Bieuzy voegde zich bij hem en zette de evangelisatie van de omgeving voort. In de 15e eeuw is hier een kapel gebouwd, in 1837 werd uitgebreid.

Ik voelde hier een energie van vrede die opriep onvoorwaardelijk voor vrede en geweldloosheid te kiezen. ‘Vrede is de weg te gaan’. Daarvoor moest ik me wel even concentreren, want het stonk behoorlijk. Bijzonder was dat er op de wand een kleurrijke boodschap was geschilderd die ik niet begreep en waarvan de vertaling bleek te zijn ‘Werken van liefde zijn werken van vrede’, een uitspraak van Moeder Teresa.

De kapel is te bereiken vanuit de D1. Daar is een parkeer- en picknickplek naast de Chapelle de la Trinité. Nog enkele huizen verder begint een wandelpad door het bos omlaag naar de rivier en de kapel. Je kunt ook iets verder doorrijden en de bordjes ‘Ermitage St. Gildas’ volgen. Dan rijd je met een grote boog eromheen en aan de achterkant in de buurt van de kapel.

De Chapelle Saint-Gildas staat tegen de rotsen en langs de rivier Blavet (foto: Theo Buijsrogge)

Op de heenweg viel ons de rijkelijk versierde spits van de, vlakbij gelegen, Chapelle Saint-Nicodème, dus rijden we hier ook even langs. Ook hier een student die mensen door de kerk rondleidt. Deze verontschuldigt zich voor zijn slechte Engels, maar weet ons wel te vertellen dat al die mollige beelden dateren van de 18e eeuw. Toen het kerkbezoek wat afnam hebben ze de beelden aangepast, zodat de mensen die wat sympathieker zijn gaan vinden en het kerkbezoek daardoor weer toenam. De rijkversierde spits was een uiting van de welvaart van de weldoener die de bouw financierde.

Menez-Hom

Deze berg van 330 meter is begroeid met heide, waardoor er geen obstakels zijn om naar alle kanten in de verte te kijken. De bodem is hier 480 miljoen jaar geleden gevormd en behoort daarmee tot de oudste van Europa. Alleen Schotland heeft ook zo’n oude bodem.

Wij komen hier op een bewolkte ochtend. De wind erbij maakt het erg fris. Dat waren we niet meer gewend op ons zomerse tripje. Het uitzicht is inderdaad geweldig en de wind langs de berg zorgt voor thermiek die wordt gebruikt door modelzweefvliegers en paragliders.
Door de kou blijven we maar kort en besluiten naar een subtop te gaan waar een grote steencirkel is. Ik voel wel dat hier een hele fijne energie is, een zachte kracht die zegt ‘Jij kunt alles aan’.

We rijden 700 meter terug de berg af en parkeren daar. Van hieruit gaat een pad naar de 500 meter verder gelegen subtop. Hier ligt, verborgen tussen de heide, een mysterieuze cirkel van stenen, waarvan de oorsprong onbekend is. In het midden is een open plek en daar gaan we zitten. Hier is minder wind en af en toe breekt de zon een beetje door, dus het is een stuk aangenamer, maar de fijne energie van de Menez-Hom is hier ook niet meer. Jammer.

Vanuit de top van de Menez-Hom heb je een onbelemmerd uitzicht op de westkust van Bretagne (foto: Theo Buijsrogge)

Menez Sant Mikael

De volgende heilige berg ligt hemelsbreed 25 km verder, maar over de weg is het twee keer zo ver en kost het ons bijna een uur. Ter onderscheid van zijn beroemde broer heet deze berg Mont Saint-Michel de Brasparts. Op de top staat een kapel gewijd aan de aartsengel Michaël, waar vroeger een oude Keltische tempel gewijd aan de aanbidding van de zon stond.

Bij aankomst is het laatste stukje naar de berg afgezet en zijn in de verre omgeving de gevolgen zichtbaar van een van de grootste bosbranden van Bretagne. De hele omgeving is afgezet en we besluiten dat maar te respecteren. Ook op afstand is de krachtige energie te voelen. Die krachtige energie zorgde voor krachtige vernietiging en zorgt ook weer voor krachtig herstel, want de eerste frisgroene graspollen en varens zijn al tussen het doffe zwart te zien. De energie vertelt me dat brand ook een zuivering van energieën is, een schoonmaking voor een nieuw begin.

Op de Mont Saint Michel heerste een van de grootste bosbranden van Bretagne en is ruim een maand later het eerste herstel al te zien. (foto: Theo Buijsrogge)

Ik zie op de kaart anderhalve kilometer verder een menhir. Dit is de Menhir de Roquinarc’h, die in een grasveld langs de weg staat. We besluiten hier een picknickplekje naast te maken en van onze lunch te genieten.
De menhir blijkt ook nog een geweldige energie te hebben. ‘Relax, alles is zoals het is’ zegt deze en laat me het eeuwigdurende NU ervaren.

Even lunchen bij de Menhir (foto: Theo Buijsrogge)

Menez Bré

Dit is de derde heilige berg in West-Bretagne en deze ligt ongeveer in het verlengde van de voorgaande twee, hemelsbreed 50 kilometer noordoostelijk van de Mont Saint-Michel de Brasparts. We zijn hier niet geweest, maar het schijnt een zeer energieke plek te zijn, met wederom een adembenemend panorama.

Op de top staat een kapel gewijd aan Saint Hervé, die blind was en daarom afgebeeld wordt vergezeld van zijn gids en zijn wolf.

De Chapelle Saint Hervé op de berg Menez Bré (foto: Wikipedia, JC EVEN)

Mont Bel Air

Hier werd ooit de Keltische zonnegod Bélénos vereerd. Daar komt dan ook de naam ‘Bel Air’ vandaan. De huidige kapel dateert van 1852 en is gewijd aan de Notre-Dame du Mont Carmel.

Bij aankomst ziet de kapel er wat verwaarloosd uit. Niet het helder witte stucwerk van de plaatjes, maar vuil en vergrijsd. De bomen die in een geometrisch patroon om de kapel zijn geplaatst zijn inmiddels zo groot dat je van de omgeving niets meer ziet. Alleen op de oriëntatietafels is nu te zien wat er ooit in de verre omtrek allemaal te zien was.

De energie is helder en roept me op te genieten van lekker bezig zijn. ‘Doe wat je leuk vindt en geniet ervan. Maak dat tot centrum van je leven en aandacht’.

De vervuilde kapel is omringd met bomen die het uitzicht belemmeren (foto: Theo Buijsrogge)

Door een recent TV-programma van Ilja Gort over Bretagne waren we geattendeerd op een speciale steen: de Tombeau de Merlin, de graftombe van Merlijn. Volgens een legende werd Merlijn verliefd op de fee Viviane. Zij wilde hem eeuwig bij haar houden en heeft hem hier met een toverspreuk in een magische cirkel opgesloten.
Wat er nu te zien is, is het overblijfsel van een ganggraf, bestaande uit acht blokken. Nadat in de 19e eeuw geschreven werd dat Merlijn hier begraven was, hebben grafrovers het vernield en zijn er nog maar twee draagstenen over. Er wordt gezegd dat deze verplaatst zijn naar een plek die door toeristen bezocht kan worden en de oorspronkelijke vindplaats verstopt is.

Het eerste wat opvalt als we hier parkeren is dat het erg toeristisch is, in tegenstelling tot veel andere plaatsen die we bezochten. De twee stenen zijn belegd met takken, bladeren en eikels en tussen de kieren zitten allemaal briefjes met wensen van bezoekers die verwachten dat Merlijn deze wensen uit zal laten komen.

Ik tune in op de energie en vind helemaal geen heldere energie.

We vervolgen het pad naar de 200 meter verder gelegen Fontaine de Jouvence, bron van de eeuwige jeugd. Deze bron zou bewoond zijn door de fee Viviane en iedereen die ervan drinkt of erin baadt zal zijn jeugd behouden of herstellen. Door de kurkdroge zomer staat de bron droog. In de energie echter niet en ik ervaar het als een bron van liefde en genegenheid. Ik kan me voorstellen dat je dat ervaart als een bron voor eeuwige jeugd.

We blijven het pad volgen en maken zo een afwisselende rondwandeling langs het meertje en door het bos weer terug.

De bron van eeuwige jeugd staat door de droge zomer helemaal droog (foto: Theo Buijsrogge)

Mont Dol

Op weg naar huis besluiten we een overnachting bij de Mont Saint Michel te maken. Daardoor hebben we ook uitgebreid de tijd om de Mont Dol te bezoeken. Daar is echter niet veel tijd voor nodig, want je kunt met de auto de hele berg oprijden.

De Mont Dol is een granieten rots van 65 meter hoog en deze heeft veel legendes geïnspireerd. Saint-Michel en de duivel zouden hier met elkaar hebben gevochten. De afdruk Saint-Michel en van de klauwen van de duivel zouden hiervan een bewijs zijn. Het echte spektakel is echter het fantastische uitzicht. In de verte zien we de Mont Saint Michel. Bijzonder om te zien hoe in het verder volkomen vlakke land twee bulten zijn: de Mont Saint Michel en deze Mont Dol.

Bovenop de berg staan een kapel en een toren met een groot Mariabeeld vanwaar het uitzicht nog indrukwekkender is. Ik ervaar hier een zachte, heldere energie die me zegt: ‘Richt je aandacht op je essentie, van daaruit komen de mooiste dingen tot stand. Vanuit je hart ontstaan de mooiste creaties’.

Op de Mont Dol heb je een fantastisch uitzicht op de baai van Mont Saint-Michel (foto: Theo Buijsrogge)

Mont Saint-Michel

De Mont Saint-Michel ligt net in Normandië maar was ooit onderdeel van Bretagne. Daarom telt ook als een van de zeven heilige bergen van Bretagne. De Mont Saint-Michel is een klein, rotsachtig eiland met bovenop een middeleeuwse abdij. Het eiland was oorspronkelijk een bergje in een bosrijke omgeving. De Keltische druïden kwamen hier al om hun goden te vereren. Rond 700 is op de Mont Saint-Michel een geestelijke gemeenschap gesticht door de heilige Aubert, bisschop van het nabijgelegen Avranches die hier in eenzaamheid kwam bidden. Volgens een legende verscheen aartsengel Michaël hier aan Aubert en gaf hem in een visioen de opdracht een kerk op de rots te bouwen. De kerk moest gebouwd worden naar het model van de kerk van Monte Sant’Angelo. Toen de kerk af was vond er een stormvloed plaats, waardoor het bos overstroomde en de heuvel met het kerkje veranderde in een eiland.
In de loop der tijd evolueerde de plaats tot een drukbezocht bedevaartsoord. In 966 vestigden zich Benedictijnse monniken op de berg die er een klooster en abdijkerk bouwden. Het aantal pelgrims bleef toenemen en rond de abdij ontstond een kleine nederzetting, waar Normandiërs (nazaten van de Noormannen) zich vestigden.
Inmiddels is de Mont Saint-Michel door UNESCO uitgeroepen tot werelderfgoed en is het (na de Eiffeltoren en het kasteel van Versailles) de meest bezochte toeristische trekpleister van Frankrijk.

En dat is goed te merken, als mieren lopen de mensen naar, op en rond de Mont Saint-Michel. Gelukkig zijn we eerst naar ons hotel gereden en hebben daar in alle rust op een terrasje geluncht. In de loop van de middag parkeren we op het enorme parkeerterrein en kunnen snel met de shuttlebus mee. Deze gaat over een lange brug over het wad naar het eiland. Het is laag water en veel mensen lopen op het wad rond het eiland.

De energie op het eiland is enthousiast en levenslustig en geeft een heel fundamenteel vertrouwen. Ik bedenk dat het mooi is dat er zoveel toeristen op af komen die zich hiervan niet bewust van zijn en toch onbewust met levenslust en vertrouwen worden opgeladen. Na de smalle en drukke hoofdstraat met alle winkeltjes en restaurants gaan we allereerst links de korte trap op naar de Église Saint-Pierre om de energie goed in ons op te nemen.
Alla is nog nooit in de Abdij geweest, dus gaan we daar ook heen. Ik haast me naar boven om alvast in de rij te gaan staan voor de entreekaartjes, maar die rij blijkt er niet te zijn. Wat een goed idee om ’s middags te gaan.
In de abdij genieten we van de energie en het uitzicht vanaf het plein voor de kerk. Een energieknooppunt ligt midden in de abdij en de kapel van Notre-Dame-sous-la-Terre eronder. Deze kapel, bestaande uit soliede gewelven en massieve pilaren, is een van de oudste gedeelten van de Mont Saint-Michel.

Aan het eind van de middag verlaten we het eiland en dan is het wel spits en staat er een hele lange rij te wachten voor de shuttlebus. Wij gaan liever lekker wandelen met dit weer en genieten van de 2,5 kilometer lange wandeling terug naar de auto.

De imposante Mont Saint-Michel tijdens laag water (foto: Theo Buijsrogge)
In de Église Saint-Pierre staat Aartsengel Michaël in zijn bekende pose: tijdens het verslaan van de draak (foto: Theo Buijsrogge)

We sluiten deze prachtige reis af met een drankje op het grasveld voor ons hotel, met een fantastisch uitzicht: de ondergaande zon achter de Mont Saint-Michel. Morgenochtend rijden we weer naar huis.

Zonsondergang met links de Mont Saint-Michel en rechts de Rots van Tombelaine (foto: Theo Buijsrogge)

Praktisch

Alle locatie staan op de krachtplaatsen-kaart: Bretagne

Alle locaties komen ook voor op Google Maps. Zoek gewoon naar de naam.

Meer informatie

Over de Mont Saint Michel en Le Mans en vele andere krachtplaatsen vind je meer informatie in het boek Michael-Apollo-lijn.

Enkele bronartikelen over energieplaatsen in Bretagne:


0 Comments

Geef een antwoord

Avatar placeholder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.